Menu
Terug naar overzicht

Beleggers in de rij voor middeldure huursector

Geplaatst op 19-02-2016

Hoe zorg je er voor dat scheefwoners sneller doorstromen en dat er meer huurwoningen in het middensegment van de vrije sector komen? Genoeg gespreksstof voor minister voor Wonen en Rijksdienst Stef Blok die woensdag 17 februari te gast was bij BNR Bouwmeesters. Goed nieuws had de bewindsman ook: beleggers staan in de rij om geld te steken in middeldure huurwoningen. En de subsidieregeling voor extra woonruimte voor woningzoekenden en statushouders slaat aan.

Aanleiding voor het uitnodigen van minister Blok was allereerst de begin februari door de Tweede Kamer aangenomen Wet Doorstroming Huurmarkt. De Nederlandse Vereniging van Makelaars (NVM) noemt de nieuwe wet een goede stap, maar waarschuwt dat de doorstroming onvoldoende blijft : “De huursector heeft geen 30 jaar de tijd voor hervormingen.” “Hebben de makelaars gelijk?”, vroeg presentator Jan Postma de bewindsman.

Doorstroomprikkel

Blok: “Onze inzet is dat dit sneller gaat gebeuren. Daarom hebben we in het eerste jaar van het kabinet al een inkomensafhankelijke huurverhoging geïntroduceerd, waarbij mensen met een hoger inkomen in een sociale huurwoning een huurverhoging van inflatie plus 4% kunnen krijgen. Daarmee willen we echt een doorstroomprikkel geven en de eerste cijfers van de Belastingdienst geven de indruk dat dat werkt.”

Dikke auto’s

Een BNR-verslaggever interviewde een van de half miljoen scheefwoners die Nederland telt. Anoniem vertelde deze dat ze sinds haar studie met haar partner en met allebei een goed inkomen nog woont in een sociale huurwoning van 600 euro per maand. “In de vrije sector betaal je het dubbele.” Dat ze niet de enige scheefwoners zijn in het complex van dertig woningen, illustreren “zeker tien dikke auto’s” op de parkeerplaats. Reactie van Blok: “Ik ben nog even stil van die dikke auto’s.“

Fatsoenlijk

Waarop de bewindsman benadrukte dat dit kabinet het eerste is dat scheefwonen aanpakt en dat in het regeerakkoord 6% huurverhoging stond en die 4% een compromis is waarmee de Tweede Kamer instemde. “Komend jaar gaan we evalueren in hoever het werkt. En er is best kans dat we het dan nog wat verhogen, als daar een kamermeerderheid voor te vinden is.” Op Postma’s opmerking dat ook met 6% het overbruggen van het gat tussen de sociale huursector en de vrije sector nog heel lang duurt, reageerde de minister met dat hij voor een “fatsoenlijke overgangstermijn” is: “Ik sta regelmatig voor zalen met huurders met betere inkomens die echt wel laten merken wat ze hiervan vinden. Daar leid ik uit af dat mensen dit echt wel in hun portemonnee voelen. Dus die prikkelwerking is er wel. En of die precies goed is afgesteld, merken we wel bij die evaluatie.”

Sleutelrol

Gemeenten spelen volgens Blok als eigenaren van bouwgrond een sleutelrol bij het ervoor zorgen dat er meer woningen komen in het vrij sector-middensegment. De bewindsman benadrukte dat nu woningcorporaties van de wet alleen nog voor de sociale sector mogen bouwen, Nederlandse en buitenlandse beleggers zoals pensioenfondsen staan te trappelen om te investeren in dit soort woningen in ons land: “Er is zo’n 5 miljard euro beleggingsgeld beschikbaar voor die middeldure huurwoningen. Maar dan moeten gemeenten wel echt een flink deel van hun bouwgrond beschikbaar stellen voor dit huursegment.”

Kriebels

De bewindsman waarschuwde dat gemeenten tempo moeten maken met het beschikbaar stellen van grond: “Dat begint nu te komen, maar het moet wel sneller want die miljarden liggen nu klaar. Maar als financiële markten toch weer een beetje de kriebels krijgen, dan kan dat zomaar weer ergens anders heen gaan.“ Dat gemeenten nog niet zo snel handelen als hij zou willen, wijt Blok aan “traditioneel denken”: “Traditioneel deed je als gemeente voor sociale woningbouw goedkoop zaken met woningcorporaties, en de rest van de grond verkocht je zo duur mogelijk voor projectontwikkeling voor de koop. Die tussencategorie hadden ze gewoon helemaal niet op hun netvlies. Terwijl middeninkomens in iedere gemeente wel de grootste groep vormen.” Maar zeker grotere gemeenten hebben zijn boodschap inmiddels begrepen: “Als ik naar beleggersbijeenkomsten ga, zie ik vaak wethouders van grote gemeenten.”

Eindeloos gevecht

De NVM en VGM (Vastgoedmanagement Nederland) pleiten ook voor het flexibel maken van de huurgrens tussen de sociale en de vrije sector, hoog in de stad en lager in minder stedelijk gebied. Maar Blok vindt dat hij met het voor een aantal jaren bevriezen van die grens op 710 euro voor het hele land die partijen voldoende tegemoet is gekomen: “Tussen Amsterdam en Twente is het contrast duidelijk. Maar er zijn ook al grote verschillen tussen Amsterdam-Centrum en Amsterdam-Zuidoost en Almere. Dus bij flexibiliseren krijg je een eindeloos gevecht over waar die grenzen dan precies moeten lopen. Daarom heb ik gezegd: we trekken die lijn voor het hele land gelijk.”

Prefab-woonruimte

Blok heeft ook de indruk dat de tijdelijke subsidieregeling die sinds februari geldt voor de bouw van extra woonruimte voor Nederlandse woningenzoekenden en statushouders goed werkt. Het betreft extra woningen van het sobere type, met voor vier bewoners een gemeenschappelijke badkamer en wc. “Er is nu geld beschikbaar voor 14.000 extra plekken en daar zijn al honderden aanvragen van woningcorporaties en particuliere verhuurders voor binnengekomen. Dus de eerste indruk is dat de regeling echt een impuls geeft aan de bouw van deze woningen.” De bewindsman gaf aan dat het daarbij ook kan gaan om prefab-woonruimte in lege kantoren of voormalige verzorgingstehuizen.”

Terug naar overzicht
Reacties