Menu
Terug naar overzicht

Wat heeft minister Stef Blok in vier jaar gepresteerd?

Geplaatst op 07-02-2017

Stef Blok is afgezwaaid als minister van Wonen en Rijksdienst. De VVD’er heeft de laatste jaren de sociale huurmarkt flink op de schop genomen. Daarmee wekte hij vaak veel weerstand. Hoe moeten we zijn beleid, vrij van ideologisch getinte emoties, beoordelen?

Het is nog even wennen, maar Stef Blok is niet langer minister van Wonen en Rijksdienst. Hij is overgestapt naar Justitie om Ard van der Steur op te volgen. Ronald Plasterk, de minister van Binnenlandse Zaken, neemt de portefeuille Wonen en Rijksdienst erbij. Hier en daar heerst een feeststemming, maar het is de vraag of Blok dat heeft verdiend. Dit is hét moment om de bewindsman eerlijk te evalueren.

Als overtuigd liberaal had Blok niet heel veel op met de corporatiesector. Hij zag het stelsel niet zozeer als een geweldige sociale verworvenheid, maar meer als een slecht functionerende semipublieke sector die de woningmarkt ernstig verstoort. Het was Blok een doorn in het oog dat de sector volop huishoudens huisvest die daar qua inkomen niet thuishoren. De scheefhuurders blokkeren de doorstroom. Dat is ernstig, want er zijn veel huishoudens die wel voldoen aan de inkomensnormen voor de sociale huisvesting maar al jaren op een wachtlijst staan.

Ongezonde situatie

Zijn tweede observatie was dat de corporaties vele honderdduizenden woningen hebben die kwalitatief niet thuishoren in de sociale sector. Het gaat veelal om wat grotere woningen met meer dan 146 punten volgens het Woningwaarderingsstelsel (WWS), die wel worden verhuurd tegen sociale huren. De minister zag dit als een ongezonde situatie, en daarmee had hij een punt. Als er een groot aantal sociale woningen is met een te hoge kwaliteit, heeft dat inderdaad ongewenste gevolgen voor de hele huurmarkt. Die kwalitatief ‘te goede’ sociale woningen zijn met geborgde leningen gebouwd, op grond die bovendien tegen een gereduceerde prijs is verworven. Dat maakt het voor private beleggers onmogelijk om goed renderende woningen te bouwen in het huursegment dat direct aansluit op het sociale segment. Bij zo’n vrijesectorwoning waar sociale huurders naartoe kunnen doorstromen, hoort een huurprijs die weliswaar hoger is dan die van een topklasse sociale woning, maar daar moet dan ook meer kwaliteit tegenover staan.

Volwassen middensegment

Scheefhuurders in de sociale sector zijn uiteraard niet bereid om meer huur te betalen voor een woning van een lagere kwaliteit. Omdat private beleggers die hogere kwaliteit niet kunnen leveren voor huren vanaf 710 euro per maand, heeft er zich geen volwassen middensegment ontwikkeld (zie ook dit artikel). Tot voor een jaar of vijf terug was dat overigens minder een probleem, omdat corporaties toen nog ruimhartig woningen toewezen aan grote delen van de lagere middenklasse. Het begrip scheefhuren bestond destijds helemaal niet.

Ooit was er ook nog een andere route voor doorstromers. Zo kochten huishoudens die het sociale segment net waren ontgroeid in het verleden vaak een woning. Er werden zelfs speciale woningen gebouwd voor deze groep, ook door corporaties. Door de jarenlange prijsstijgingen van woningen is dat nu echter geen optie meer voor de meeste scheefhuurders.

Aansluitingsproblemen

Door dergelijke aansluitingsproblemen houden scheefhuurders tot op de dag van vandaag een aanzienlijk deel van de sociale huurvoorraad bezet. In het midden en westen van het land zijn er zelfs tientallen gemeenten die in hun sociale-woningbestand tussen de 20 en 25 procent scheefhuurders hebben zitten. Dat leidt tot veel te lange wachtlijsten.

Blok trok hieruit zijn conclusies; er moest hard worden ingegrepen. Zijn belangrijkste instrument was daarbij de verhuurderheffing. Die heffing liep jaarlijks op, en dit jaar moeten de corporaties gezamenlijk 1,7 miljard euro betalen. Dat geld was eigenlijk bedoeld om de staatskas een beetje te spekken, maar Blok zette de heffing vooral in als instrument om zijn politieke doelen te bereiken.

De verhuurderheffing heeft minstens één zeer gunstig effect gehad. Ze dwong een moddervette sector om eindelijk eens op de kosten te gaan letten. Reorganiseren alleen was echter niet voldoende om de heffing op te brengen. Corporaties moesten ook woningen verkopen en de huren verhogen.

Luxe woningen

Blok zag die huurverhogingen niet als een probleem. Zijn redenering was dat huurders met recht op huurtoeslag grotendeels worden gecompenseerd en dus weinig last hebben van die verhogingen. Scheefhuurders daarentegen ontvangen geen huurtoeslag en krijgen ook nog extra huurverhogingen. Op die manier wordt het steeds minder aantrekkelijk voor scheefhuurders om in hun sociale woning te blijven zitten.

Terug naar overzicht
Reacties