Menu
Terug naar overzicht

Sociale woningverhuurders: doe uw voordeel met de jongste uitspraken van het gerechtshof!

Geplaatst op 24-12-2015

Het huurcontract van huurders die elders wonen en niet hun hoofdverblijf hebben in de sociale huurwoning zoals afgesproken, kan door de verhuurder in de sociale sector (woningcorporatie) worden ontbonden. Dat blijkt uit een tweetal gisteren gepubliceerde arresten van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Advocaat Evert Baart van Van Diepen Van der Kroef legt uit.

Het is een voortdurende bron van ergernis voor verhuurders in de sociale sector; huurders die een sociale huurwoning feitelijk leeg laten staan en elders hun hoofdverblijf houden. In oude huurovereenkomsten is veelal geen verplichting tot het houden van hoofdverblijf in de woning opgenomen. In de ROZ modelhuurovereenkomst is weliswaar de verplichting opgenomen om de woning zelf daadwerkelijk te bewonen, maar dat houdt –naar mijn mening ten onrechte- volgens het Gerechtshof Amsterdam (arrest van eerder dit jaar) geen verplichting in tot het houden van hoofdverblijf in de woning.

Goed huurderschap?

De verhuurder uit de gisteren gepubliceerde arresten heeft onder meer een beroep gedaan op artikel 7:213 BW (de verplichting van een huurder om zich als een goed huurder te gedragen). Volgens de verhuurder was er sprake van niet goed huurderschap doordat de huurder de woning leeg liet staan. Het Gerechtshof volgt de verhuurder en ontbindt de huurovereenkomst met als motivering het belang dat de verhuurder van een sociale huurwoning heeft om haar schaarse woonruimte aan te kunnen bieden aan diegenen die aangewezen zijn op sociale huurwoningen. Dat lijkt een logische redenering maar tot nu toe werd in de rechtspraak en literatuur aangenomen dat de verplichting tot het houden van hoofdverblijf expliciet in de huurovereenkomst moest zijn opgenomen.

Huurder wordt veroordeeld in de onderzoekskosten

In een parallel lopend hoger beroep tussen deze verhuurder en huurder heeft het Gerechtshof zich ook uitgesproken over de vergoeding van onderzoekskosten die nodig waren om het bewijs rond te krijgen.

In navolging van de rechtbank Amsterdam in een spraakmakende Airbnb-zaak (Rappange Administratie BV/Van Gils) heeft nu ook het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden een huurder veroordeeld tot betaling van alle kosten die de verhuurder heeft moeten maken door het inschakelen van een particulier recherchebureau.

Voordeel mee doen

Het lijkt mij dat ook een particuliere verhuurder zijn/haar voordeel kan doen met deze arresten in het geval de huurder van een niet geliberaliseerde huurwoning feitelijk niet meer in de woning woont. En dat komt vaker voor dan u vermoedt.

Terug naar overzicht
Reacties